Mandala

Ontspanning, rust vinden, opgeruimdheid – dat alles verbinden we met het begrip mandala. Maar wat is een mandala eigenlijk? Waar komt het begrip vandaan en wat maakt het tekenen van mandala’s dan zo ontspannend? Wat heb je nodig om een mandala te tekenen en hoe kun je er het best mee beginnen? 

Wanneer je met deze vragen zit, ben je hier precies op de juiste plaats. 


Betekenis en oorsprong van mandala’s

Het begrip mandala komt oorspronkelijk uit het Sanskriet en betekent zoveel als “cirkel”. Alle mandala’s hebben het middelpunt met elkaar gemeen, waar alle vormen en symbolen omheen draaien. In het Boeddhisme en Hindoeïsme is het nauw verbonden met religie en spiritualiteit. De mandala wordt zowel gebruikt voor religieuze rites als voor meditatie.

In de westerse wereld hebben mandala’s hun religieuze betekenis volledig verloren en staan meestal alleen nog maar voor het meditatieve inkleuren van ronde motieven. 

Mandala’s ter ontspanning

Geometrische vormen die zich herhalen, hebben een kalmerend effect op ons. Het eigen verstand heeft de afzonderlijke elementen al waargenomen en vergeleken met onze eigen herinneringen en ons geheugen. Daardoor kunnen we ons compleet concentreren op één bezigheid – het inkleuren – en ons zo ontspannen. Of het nu om een druk kind gaat of om een volwassene met stress: mandala’s zijn voor iedereen een grote hulp. Bijzonder tere patronen hebben een gunstig effect op de fijne motoriek en het concentratievermogen wordt vergroot.


Welk materiaal heb je nodig voor jouw mandala?

Bij het inkleuren van mandala’s bestaan er verschillende stappen waarvoor je afwisselende materialen gebruikt. 

Papier

De keuze van het papier is heel belangrijk wanneer je kiest voor het werken met Brush Pens. De penseelpunt is bijzonder gevoelig en mag alleen worden gebruikt op glad papier, bijvoorbeeld Bristol Paper. Maar je kunt ook gebruik maken van glad kopieerpapier, zoals Clairfontaine DCP. 

Voortekenen

Meteen aan het begin kan het raadzaam zijn om je mandala voor te tekenen of over te trekken met een potlood als de MONO 100. Wanneer je niet tevreden bent, kun je dit voorbereidende werk corrigeren met een gum.

Outliness

Voor de contouren is het raadzaam om een waterafstotende of waterbestendige pen te gebruiken, bijvoorbeeld de MONO drawing pen of de MONO twin. Fineliners als de MONO drawing pen zijn verkrijgbaar met verschillende lijndiktes en kunnen op die manier precies aan jouw behoeften worden aangepast. De MONO twin marker heeft twee punten met variërende lijndikte en is dankzij zijn inkt op oliebasis waterbestendig.

Inkleuren

Je kunt verschillende pennen of stiften gebruiken om een mandala in te kleuren. Je kunt kiezen voor kleurpotloden als de IROJITEN of je besluit om Brush Pens en viltstiften te gebruiken, zoals de ABT Dual Brush Pens of TwinTones

De ABT Dual Brush Pen is bijzonder geschikt voor grote mandala’s. Met de penseelpunt kun je zowel grote oppervlakken inkleuren alsook flexibel ronde vormen accentueren. Als je daarentegen kiest voor een bijzonder fijne mandala, dan is de TwinTone erg goed geschikt. Met de 0,4 mm fijne punt van de fineliner kun je elke hoek bereiken en met de ronde punt van 0,8 mm kun je de andere oppervlakken inkleuren. De pennen hebben allebei inkt op waterbasis, waardoor ze niet doordrukken op de meeste papiersoorten.  


Hoe teken je een mandala?

Vermoedelijk bestaan er talloze manieren en oplossingen om een mandala te tekenen. Dagmar Gosejacob laat jullie haar systeem zien:

als warming-up maken we eerst een alfabet-mandala.

Hiervoor heb je alleen pen en papier nodig. Begin met de eerste letter een centraal patroon te tekenen of te noteren. Hiervoor rangschikken we vier, vijf of zes A’s symmetrisch om een middelpunt heen. Dat is de eerste ring van onze mandala. Om deze ring heen rangschikken we steeds op dezelfde manier de tweede letter (zoals afgebeeld).

Belangrijk is alleen dat we bij het oorspronkelijk gekozen aantal letters blijven. Dus als je vijf A’s in het midden hebt, dan heb je ook vijf B’s nodig die telkens op hetzelfde punt van de A aansluiten. Wie het aantal letters varieert, zal al gauw zien dat dit ook functioneert, maar het vergroot duidelijk het aantal fouten in de symmetrische volgorde. 

We gaan door met de C. Hierbij maakt het absoluut niet uit of je de letters aan het einde nog kunt lezen en ze hoeven beslist ook niet allemaal in dezelfde richting te wijzen. Leef je gerust lekker uit! 

Tip: het functioneert trouwens ook met cijfers en namen. 

Nu pakken we een getekende mandala aan:

Wij maken gebruik van:

  • Papier, hetzij glad kopieerpapier als Clairefontaine DCP of Bristol papier
  • Potlood, zoals de MONO graph
  • Passer
  • Geodriehoek
  • Vlakgom, zoals de MONO dust CATCH
  • Fineliner (wanneer je de mandala later wilt inkleuren met waterverf/aquarel, dan moet deze waterbestendig zijn! Bijvoorbeeld de MONO twin)

 

Stap 1: Cirkels

We trekken eerst een cirkel met de passer, mooi gecentreerd op het papier. Vanuit dit middelpunt veranderen we gewoon de straal. Zo krijgen we ringen met een verschillende breedte. 

Theoretisch zou je nu al kunnen beginnen met het vullen van deze ringen met kleuren of verschillende patronen. Maar wij willen het een beetje boeiender maken.

Stap 2: Systeem van basislijnen

Daarom trekken wij een lijn met de geodriehoek door het middelpunt tot aan de buitenste ringen. Deze lijn helpt ons bij de oriëntatie. Met behulp van de geodriehoek tekenen we nu even grote “taartpunten”.

Hoe ging dat ook alweer bij wiskunde? 

Meestal heb ik genoeg aan een hoek van 90° en daarna van 45° – in totaal dus acht stukken van de taart. (Afb. 3)

 

Stap 3: Nog meer cirkels

Daardoor hebben we nu diverse punten gekregen waarop onze potloodlijnen elkaar kruisen. Nu is onze passer weer aan de beurt. We kiezen een van deze kruispunten, bijv. op de middelste ring. Hier trekken we nu een cirkel. 

Een symmetrisch basispatroon is heel belangrijk bij mandala’s. Wanneer hiervan sprake is, maakt het niets uit of er later bij de details een klein foutje opduikt. Daarom is het belangrijk dat we de cirkel die we nu getrokken hebben, symmetrisch kopiëren in de rest van het werkstuk. Dat wil zeggen in alle acht de taartpunten, of bij een grotere cirkel alleen in de stukken van een kwart. Daarvoor bestaan geen regels. Hoofdzaak het is symmetrisch.

Hoe meer je hebt getekend, des te lastiger wordt het om steeds opnieuw de juiste punten te vinden. 

We hebben nu het basisraster gemaakt met veel afzonderlijke velden die we kunnen ‘bespelen’. Het makkelijkst is altijd om bij het middelpunt te beginnen.

Aan het voorbeeld kun je hier al zien dat ik niet heel exact heb getekend, maar dat is niet zo erg. Uiteindelijk zullen deze oneffenheden helemaal niet meer opvallen. Het is alleen belangrijk dat je altijd de complete symmetrie in het oog houdt.

Neem hiervoor de tijd. Een mooie mandala mag groeien. Experimenteer met vrije vormen en ook gerust eens met arceringen en patronen. Meestal moet ik tussendoor weer een beroep op de passer doen om leemtes te vullen met nog meer hulpcirkels.

Wanneer jij vindt dat jouw mandala compleet is, gum je de voortekeningen met potlood weg. Nu bedenk je een fraai kleurenschema om jouw kunstwerk mee in te kleuren. 

Ik doe dat graag met penseel en aquarelstiften, zodat ik subtiele kleurverlopen kan realiseren. 

Sjablonen voor mandala’s

Wil je geen eigen mandala tekenen, maar alleen inkleuren? Dan werp je een blik op de kosteloze sjablonen van Dagmar voor mandala’s die je kunt inkleuren.

Onze producten

1 Producten

MONO graph los
Pencils

MONO graph los

Vulpotlood met gum in een attractief ontwerp en 8 verschillende kleuren. Lange metalen stift, ideaal voor het tekenen met de liniaal of een sjabloon.
In meerdere kleuren verkrijgbaar
vanaf€ 6,44